Cubase Tips - Drums Programmeren
Of het nu de groove is van een dikke funkplaat van jaren terug of het ritme van een bolle hiphop-kickdrum met een laagje ruis, de basis van de meeste muzieksoorten is de ritmepartij oftewel de beat. Goed geprogrammeerde drums zorgen samen met een baspartij voor de basis van je track. Deze keer daarom een frisse duik in het programmeren van drums in Cubase.

Drums programmeren door in te tekenen
Ik begin een nieuwe Cubasesessie en kies voor “add instrument track” en kies de Stereo GM preset van Halion One. Als ik drums in wil gaan tekenen in de drumeditor zal ik eerst een lege midipart aan moeten maken. Dat kan op twee manieren. Of door met het potlood een lege part te tekenen, of door te dubbelklikken in mijn lege instrumenttrack tussen mijn twee locators. Ik maak een lege midipart aan van twee maten. Het werkt het gemakkelijkst als we nu deze part loopen, dus ik selecteer de part en druk op “p” zodat de locators om de selectie komen te staan. Het is nu simpelweg een kwestie van loop aanzetten en we kunnen aan de gang in de drumeditor. Standaard heeft de drumeditor in Cubase geen toegewezen sneltoets, het is daarom handig hier bijvoorbeeld “shift-d” aan toe te wijzen. (Bij File, Keycommands)
De drumeditor
Voor het grootste gedeelte ziet de drumeditor er hetzelfde uit als de gewone key-editor. Als je wat verder kijkt en uitprobeert zul je toch zien dat er een aantal onmisbare drum-specifieke features aanwezig zijn. Het grootste verschil is de keuze tussen het gebruik van global quantize en “losse” quantizewaarden. In de praktijk betekent dit dat je kunt kiezen dezelfde quantizewaarde voor elk geluid te gebruiken of per geluid een verschillende quantizewaarde te gebruiken. Omdat we met de drumsticktool in een keer in deze quantizewaarden door kunnen tekenen werkt dit ideaal samen. Als we wel global quantize willen gebruiken zetten we dit aan met de “Q” knop. Een ander groot verschil met de key-editor is dat we de conrollerwaarden per geluid kunnen zien en editen. Zo is het dus gemakkelijk om wat ghostnootjes te tekenen voor de snare zonder je druk te maken de velocities van andere geluiden te veranderen. Je ziet namelijk de controllerwaarde altijd alleen van het op dat moment geselecteerde geluid. Voor de rest is het simpelweg een kwestie van tekenen met de drumstick. Gummen hoeft eigenlijk niet want met nog een click op de drumnoot is ‘ie weer weg. Een tip: als je met het pijltje met shift ingedrukt op de eerste drumnoot dubbelklikt, selecteer je alle drumnoten op deze lijn. Dat is handig want je kunt met de pijlen op je toetsenbord dan gemakkelijk een ander geluid kiezen voor bijvoorbeeld al je snares. Zo hoef je ook geen ingewikkelde drummappen te gebruiken..
In de praktijk
Qua “rechte” drumpatronen kunnen we grofweg onderscheid maken tussen patronen die gebaseerd zijn op constante herhaling en patronen die juist gebaseerd zijn op accenten en afwisseling. Om het dan maar even in hokjes te stoppen:bijvoorbeeld techno, trance, disco en aanverwanten zijn vooral gebaseerd op de voordelen van herhaling en herkenning en bijvoorbeeld drum&bass en R&B is vaak gebaseerd op accenten en verrassingen. In het eerste geval zal dus de kickdrum meestal constant doorlopen op elke tel, dus vier keer per maat en de basissnare of clap zit meestal alleen op de tweede en vierde tel, dus twee keer per maat. Het feit dat de kickdrums doorlopen op het moment dat de snares er zijn zorgt voor een zeer sterk ritme. Als je dit nog iets zou willen aanzetten dan kun je open hihats plaatsen precies tussen de tellen in, oftwel op de derde zestiende van elke tel. Luister maar eens wat het doet als je één van die vier open hihats nu verschuift: de hele groove valt uit elkaar. Dat komt omdat je het herhalingpatroon nu verbreekt. De dichte hihats zul je meestal in achtsten gebruiken bij dit soort ritmes of als je terug naar de jaren tachtig wilt in zestienden.
In het tweede geval is er eigenlijk maar één basisregel en dat is om nooit kickdrums te gebruiken op het moment dat er een snare is, en al helemaal niet op de tweede en vierde tel. Het meeste effect zul je krijgen door de snaredrums ook expres niet te regelmatig te plaatsen. Dus bijvoorbeeld de snare wel netjes op de tweede tel maar niet op de vierde tel maar één zetsiende later. Uiteraard moet je je eigen dingen doen en je vooral niets aantrekken van deze voorbeelden. Ze zijn slechts bedoeld ter uitleg van de opbouw van veel gebruikte drumpatronen in de hedendaagse muziek.
Swingen, grooven, trekken en slepen
Wat nu als je een shuffle wilt maken of iets wilt laten slepen of trekken? Zoals je misschien al hebt gemerkt ging het tot nu toe alleen over “rechte” ritmes. Alle zestienden bijvoorbeeld, die we gebruiken met een rechte quantizewaarde, staan precies even ver uit elkaar. Je kunt zo proberen wat je wilt maar er zal nooit een echte swingende groove ontstaan. Daarvoor moeten we namelijk de Quantize setup in. Het werkt het fijnst door eerst al je drumnoten te selecteren in een part en dan de quantize setup in te gaan en deze meteen op “auto” te zetten bij “apply quantize”. Zo kun je namelijk je instellingen previewen. Nu kunnen we hier simpel de swingwaarde bepalen door middel van de swing-slider. Wat er gebeurt is dat alle even zestienden iets naar rechts opschuiven, oftewel iets dichter opschuiven naar de volgende oneven zestiende. Het resultaat is dat je ritme swingt in plaats van statisch is. Ruim 70% is meestal het maximale bruikbare swingpercentage. Nu we toch in de quantize setup zijn kunnen we meteen naar de andere instellingen kijken:
- Met de non quantize waarde kunnen we in de buurt staande noten uitsluiten van quantizen
- Met de random quantize functie kunnen we expres willeukeurig quantizen om een wat minder statisch geheel te krijgen
- En met de iterative strength bepalen we de sterkte van het iterative quantizen. Dat kun je zien als “tussenquantizen”. Vaak als je iets ingespeeld hebt, wil je een “beetje quantizen” en niet alles boem, meteen kaarsrecht. Door shift-q in plaats van q te gebruiken kun je dan tussenquantizen in kleine stapjes. Standaard is de sterkte 60%.
Real Life
Ten slotte: Als je op zoek bent naar het maken van realistisch klinkende drumpatronen dan raad ik je aan om naast het gebruik van goede drumsamples extra aandacht te schenken aan het gebruik van veel verschillende velocities. Hoe kleiner je ghostnootjes zijn ten opzichte van je volle snares hoe geloofwaardiger je zult klinken. Hetzelfde geldt ook voor je hihats.
Tweet
Share to facebook
Related
| Cubase Tips - Video top 10 |












BEST VERKOCHT













